Hedendaags klinkende barok in Paleisconcert

APELDOORN – Camerata Amsterdam, het kamerorkest onder leiding van Jeroen Weierink, is geen barokorkest. De musici spelen op ‘hedendaags’ instrumentarium, met stalen snaren, en de gastsolisten Claudi Arimany en Joan Handels spelen op metalen dwarsfluiten.
Dat betekent dat het repertoire zoals dat zaterdag werd gespeeld in de balzaal van Het Loo, voornamelijk bestaande uit barokmuziek, anders klonk dan we gewend zijn van gespecialiseerde barokensembles: harder, metaliger, scherper.

Dat was overigens geen groot beletsel voor het luisterplezier. Weierink en zijn mensen hebben zich afdoende verdiept in de ‘authentieke’ benadering van 18e-eeuwse muziek om zich qua beleving en stilistiek staande te houden in composities van barokgrootmeesters als Corelli, Vivaldi en Bach. Het ‘kerstconcert’ in Het Loo werd zo een waardig soort muzikale viering.

Het enige kersterige was overigens het concerto grosso van Arcangelo Corelli, volgens de componist zelf ‘gemaakt voor de kerstnacht’. In een afwisseling van snellere en langzame deeltjes zou je er de belevenissen van de kerstnacht in kunnen plaatsen, met een herderlijk soort wiegeliedje als finale. Ook Antonio Vivaldi leverde beeldende muziek: in zijn fluitconcertje ‘La notte’ dansen fantasiegeesten een wilde dans, nu en dan onderbroken door rustpunten in korte largo’s. Tussen Corelli en Vivaldi in klonk een stukje galante hofmuziek, een fluitconcertje van Carl Philipp Stamitz. Eigenlijk een beetje een stijlbreuk in dit programma, maar elegant gedaan.

De Spanjaard Claudi Arimany was solist in deze fluitconcerten, en werd in de finale, het 4e Brandenburgs Concert van Johann Sebastian Bach, vergezeld door zijn Nederlandse collega Joan Handels, samen met concertmeester Valentin Zhuk op soloviool. Camera Amsterdam gaf vooral van Bach (ook het 3e Brandenburgs Concert werd gespeeld) energieke lezingen, met het slotpresto in de herhaling als gewaardeerde toegift.

Bron: De Stentor, 18 december 2011
Door: René de Cocq