Zelfverzekerd cellospel van Ella van Poucke

Ella van Poucke
• A Cello Romance
• Gezien: Paleis Het Loo, Apeldoorn, 27 oktober 2012
Door René de Cocq
(In: De Stentor, 30 oktober2012)

 

Het programma van het Paleisconcert van afgelopen zaterdag beloofde een ontdekkingsreis van vroege romantiek naar late romantiek, van Schubert via Schumann en Dvorák naar Rachmaninof, onder de titel ‘A Cello Romance’. Zo ging het niet helemaal: celliste Ella van Poucke en pianist Jean-Claude Vanden Eynden maakten na Schumann een uitstapje in de tijd om te belanden bij de veel latere Ravel. Van hem lieten ze zijn kijk horen op de Habanera, een mooie statige Cubaanse dansvorm; een mooi muziekje dat in de plaats kwam van het aangekondigde rondo van Dvorák.

De avond begon met een kleine stagnatie. Van Poucke controleerde vooraf op het podium wel even de stemming van haar cello, in relatie tot de vleugel, maar deed dat iets te vluchtig. In het eerste deeltje van de sonate D128 van Schubert (oorspronkelijk geschreven voor de arpeggione, een in onbruik geraakte vijfsnarige cellovariant) kwamen de beide instrumenten niet helemaal bij elkaar, wat noopte tot een wat intensievere stembeurt. Maar goed ook, want het volgende prachtige adagio zou daar ernstig onder geleden hebben.

In de drie Fantasiestücke van Schumann leek de nog wel heel prille Van Poucke (18 jaar!) de schoolsheid nog niet helemaal ontgroeid, maar dat was gehoorsbedrog: in het slotstuk van het concert, de sonate opus 19 van Rachmaninof, met opvallend duistere passages, maakte ze haar groeiende reputatie meer dan waar. Ze toonde zelfverzekerd spel, stoelend op een goed stijlgevoel, prachtige sonore toonvorming en glanzende techniek.

Er is vast nog ontwikkeling mogelijk, maar Ella van Poucke gaf in de balzaal van Het Loo een overtuigend visitekaartje af. Het kreeg een gouden randje met de toegift, een beeldschoon miniatuurtje van Tsjaikofski.